Opening Expo #Uit Je Plaat# Grafisch Atelier Daglicht Eindhoven

Zaterdag 16 januari opende #UitJePlaat# bij Grafisch Atelier Daglicht, een tentoonstelling naar aanleiding van de gelijknamige masterclass waarin negen jonge kunstenaars de uitdaging aangingen met een middeleeuws en nog altijd magisch medium.

#Uit Je Plaat# doet zijn naam eer aan – ook voor bezoekers die niet van headbangen en juist van reflectie en kijken houden. Licht, donker, bravoure en bescheidenheid, passie en reflectie, vuur en water: het komt allemaal samen in een frisse presentatie die is samengesteld door Stijn Peeters, Margriet Thissen en de deelnemende kunstenaars.

opening 6

Licht

Mag het licht aan, kopte de zaterdag bijlage van Trouw op 16 januari, met tips om de donkere eerste maand van het nieuwe jaar door te komen. Toepasselijk, want januari is een magere periode qua licht, energie, reuring, balls en moreel. Na een week sneuvelen alle goede voornemens, staat de wereld nog net zo hard in de fik als altijd en worden aangegroeide oliebollenbuiken dan wel vermagerde bankrekeningen met schaamte bekeken. Hoezo, verandering: alsof we daar energie voor hebben. En de winter duurt nog een maand of drie. Succes allemaal.

Trouw biedt mooie lichtbakens, zoals het aanschaffen van een boekenapotheek met literatuur voor troost en herkenning, maar de redactie is vergeten – op een tip voor een bezoek aan het Mesdag panorama na – een andere belangrijke lichtbron te noemen: beeldende kunst. Oud, nieuw, jong, ervaren, hedendaags en klassiek in samenhang met andere bronnen van levenslust: filosofie en muziek.

Wie zocht naar een vuurtoren aan de kust van het nieuwe jaar kon terecht bij Daglicht in Eindhoven, waar een sfeervolle opening met lezing, muziek en performance het nieuwe jaar hoopvol inluidde.

opening 2

Hartslag

In de presentatie wordt materiaal getoond dat vers van de pers in gerold tijdens de masterclass, naast werk dat in het eigen atelier gemaakt is. Soms is werk nog vlak na de masterclass ontstaan: ”ik droomde dat ik heel groot moest gaan tekenen,” zegt Nathan de Visser. Waarvan akte in de tentoonstelling, waarin werk fris en open met voldoende ruimte gepresenteerd wordt, terwijl er ook heel veel te zien is. De energie en levenslust spat van de muren – misschien wel juist door het diepe zwart van sommige etsen. Dat zwart wordt door kunstenaars verkend als een ruimte, een oceaan waarin ze nog niet eerder hebben rondgezwommen en die ze verwonderd en nieuwsgierig in kaart brengen. “Man, die aquatint, dat is gewoon vette space,” zei een kunstenaar tijdens de masterclass. Ruimte scheppen: het is de makers gelukt. Met veel dank aan Peeters en Thissen en de kunstenaars, die een mooie samenhangende presentatie maakten waarin makers ook individueel goed tot hun recht komen.

opening 3

Patrick Mangnus maakte een wall-piece waarin oude stadsgezichten, geëtste geestverschijningen, abstracte etsen, platenhoezen en bandshirts een gespierde, ondeugende en tegelijkertijd strenge collage vormen: een spirited horse aan de teugel van Mangnus. Manuel de Swaaf toont fresco of fossiel-achtige etsen in combinatie met video van geluidsexperimenten met metalen voorwerpen, waarin oeroude vormen sensitief worden afgetast. Vincent Bijleveld rekent af met de tegenstelling tussen kracht en kwetsbaarheid en toont met gevoelig, complex en tegelijkertijd glashelder werk hoe twee ogenschijnlijke tegenpolen elkaars gelijken zijn. Liza Wolters fladderde als een hard werkende vlinder door de werkplaats, maar toont met trefzekere beelden hoe ze in haar kunstenaarschap haar mannetje staat met etsen waarmee ze een spijker keihard op zijn kop slaat. Welke precies, daar mag de bezoeker lekker over na gaan denken. Zoë d’Hont liet zich leiden door haar nieuwsgierigheid naar de anti-ruimte en het ‘achterstevoren’ schilderen van de aquatint, wat leidde tot beelden die doen denken aan Japanse meesters. Nathan de Visser spat van de muren met etsen waarin urbaniteit en de pulserende energie van de stad samenvallen met de wereld van de natuur en grafische vormen, en een video waarin rap, stad, grafische vormen en de grid van het leven met elkaar samenvallen. Vera Meulendijks onderzoekt de gelaagdheid van licht en toon en de huid van materialen in verschillende aquatinten en materiaaldrukken, die doen denken aan de gruizige, grimmige jaren ’80 en aan verlichte renaissance kunst waarin kunstenaars perspectief en de werking van licht ontdekten. Martine Schuts presenteert een sensitief onderzoek naar een weerbarstig medium waarin ze experimenteerde met plasticiteit, ruimte en gelaagdheid en de vele stappen waarin een ets moet worden opgebouwd. De stuifkast vond ze een wereld op zich, waarbij ze ‘in een wereld vol rond dwarrelende harskorrels’ oefende met het opbouwen van verschillende lagen door delen af te plakken en weer terug in de kast te leggen. Koen Baakman presenteert heldere etsen met lijn en ruimte, in combinatie met fotografie die zijn aanwezigheid suggereren en die verwijzen naar zijn werk als performer.

opening 8

Tijdens de opening wordt er gekeken, gepraat, geborreld en geluisterd. Nathan en Ranjith treden op met rap en human beatbox, wat zoiets is als aquatinten met je stem – maar dan direct in contact met het lichaam en de luisteraar.

opening 13

 

 

opening 29

Manuel de Swaaf weet met een improvisatie van gitaar en een metalen object dat is aangesloten op een versterker een intieme en dromerige sfeer op te roepen. Een baby die rond kruipt, kijkt aandachtig rond naar de gezichten van het publiek terwijl zijn ouders liefdevol toe kijken. Ondertussen krijgt hij stukjes brood van een andere moeder, die weer vertederd wordt gadegeslagen door een potige vader die zijn hand er niet voor omdraait even een plaat van 1 bij 2 meter te etsen. Klank en kunst, stoer en sensitief, zacht en zink, tanig en teder – waarom zou het ook niet samengaan.

Koen Baakman laat publiek luisteren naar heldere muziek uit zijn laptop – ”de compositie is niet bijster ingewikkeld.” Ja, ja. De muziek klinkt als het werk van Baakman: helder, psychedelisch op een gevoelig-geometrische manier met een droevige ondertoon. Het zijn mooie momenten op een sfeervolle opening, waar veel wordt gesproken over de vraag: hoe gaat het verder met plekken als deze? Wat brengt de toekomst?

opening 27

Samen

Katja Rodenburg opent de tentoonstelling met een lezing over het universele verlangen het leven te vieren met maken, spel en imitatie – en de potentie die dat heeft voor individuele en maatschappelijke groei. Rodenburg is als denk – en taalsmid in staat verschillende werelden aan elkaar te lassen. Theorie en praktijk, maken en denken, mens en dier, klassieke en hedendaagse kunst, knokcirkels bij punkconcerten en de verstilde white cube: het heeft met elkaar te maken, of we nu willen of niet.

opening 5

Kunst als uitvloeisel van schijnbaar nutteloos spelen en imiteren, het ogenschijnlijk doelloos nadoen van collega’s of de grote meesters die jou voor zijn gegaan: het is een lastig gegeven in een samenleving waarin ook kunst onderhevig is aan de verheerlijking van het individu en de zucht naar concrete (winstgevende) resultaten. Academies lijken in de ban te zijn van conceptueel denken: het brein van de kunstenaar is de bron van alle kunst. Weg met al die sleetse werkplaatsen, stoffige schilderlessen en dat achterhaalde  modeltekenen: het is de ontwikkeling van ideeën die gestimuleerd moet worden. Dat is zogenaamd de nieuwe tijd. Maar hoe prehistorisch denk je wanneer je veronderstelt dat de bron van levenslust uitsluitend in de menselijke ratio ligt ?

Rodenburg opent met een anekdote over Plato, die kunst zag als een minderwaardige vorm van ambacht: een imitatie van een imitatie. Kunstenaars zijn volgens Plato lamballen die niet de moeite nemen de diepe schoonheid van de dingen – bijvoorbeeld het concept van een tafel zoals een timmerman wel kan doen – zo mooi mogelijk te vertalen en vorm te geven. Kunstenaars imiteren de timmerman. Dat is lui en sneu, aldus Plato.

Maar is de slechte reputatie van imitatie  – dat we in onze taal chagrijnig omschrijven als na apen – wel terecht? Publiek herkent veel in het betoog over chimps die spelen om te overleven, en over hoe de neiging tot imitatie nodig is om elkaar te kunnen begrijpen en om te kunnen samenwerken.

Chimps kunnen zich verplaatsen in de innerlijke wereld van hun soortgenoten en hechten zich aan apen die ze lief hebben. Na overlijden of scheiding herkennen ze na jaren nog geliefde soortgenoten van foto’s. Naar elkaar kijken en verbeelding, aldus Rodenburg, is dus direct gekoppeld aan inlevingsvermogen, hechting, samen werken en (over)leven.

opening 4

De werkplaats vormt volgens Rodenburg een noodzakelijke schakel tussen materiaal en kunst, tussen individu en geschiedenis, een plek waar kunstenaars door samen leren en samen werken zich kunnen ontwikkelen. Belangrijk daarbij is te kunnen kijken, leren en werken zonder concreet product voor ogen. Alleen door je over te geven aan de chemie van een werkproces, de plek waar je werkt en de geschiedenis kunnen er dingen gebeuren die je niet had kunnen voorzien en die jouw individualiteit ontstijgen. Of zoals een docent op een academie het eens verwoordde:”het ding moet het winnen van jou.”

opening 14

Lust for Life

In het nare en übervreugdeloze debat over het zogenaamde nut van kunst vormen verhalen als deze een baken: verhalen over noodzaak. Over de noodzaak van het delen en vieren van levenslust en het belang van de plekken waar kunstenaars samen kunnen ontdekken, leren en uitwisselen. Stijn Peeters: ”Die levensvreugde, die krijg je nooit weg. Maar wat gebeurt er met de plekken waar mensen elkaar kunnen ontmoeten?”

opening 1

In het kader van het licht aan doen – en aanhouden – in de samenleving is het van levensbelang dat werkplaatsen als Daglicht behouden blijven. Op veel plaatsen vechten werkplaatsen voor hun bestaan en moeten ze hun bestaansrecht keer op keer verantwoorden en uitleggen, niet in de laatste plaats aan bestuurders die van mening zijn dat grafiek naar zolder kan – het is ouwe meuk, ”niet modern”.  Maar wat is nog modern wanneer een vitale traditie binnen de beeldende kunst oud wordt gevonden? Ga je ook zo om met eeuwenoude bouwkundige principes, op wiens fundamenten de meest moderne wolkenkrabbers gebouwd worden? Zeg je dan ook: vieze verouderde zooi, van nu af aan financieren wij alleen moderne middelen? Echt niet: men kijkt wel uit. Maar hoe kan het dan dat veel bestuurders geen oog hebben voor het belang en de hartslag van klassieke beeldende media?

opening 7

Net als etsen zelf mag de werkplaats nooit uitsterven. Het is een plek waar middeleeuwen en moderniteit samenkomen, waar kunst en ambacht samenvallen, waar gedeeld, uitgewisseld en geïnnoveerd wordt, waar de luxe van leren duidelijk wordt en waar het leven gevierd kan worden – kortom: werkplaatsen zijn het leven zelf.

opening 25

Voor iedereen die van licht en leven houdt: ga naar #UitJePlaat# bij Daglicht. Het kan nog tot en met 5 februari.

Fotografie: Claudia den Boer

 

Advertenties

Een gedachte over “Opening Expo #Uit Je Plaat# Grafisch Atelier Daglicht Eindhoven

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s